Pel- en Korenmolens

Tegenwoordig is ons industriedorp al van verre zichtbaar door de fabrieksgebouwen van Frico Cheese, de kranen van Barkmeijer Shipyards, de opslagsilo van Sikma en de windmolen van agrariër Mient Douma. Toch zag de skyline van het tweelingdorp er een eeuw geleden heel anders uit.

Voor zover bekend maakte de eerste korenmolen deel uit van het kloostercomplex dat rond 1240 in Wigerathorpe gesticht werd door Gercke Harkema uit Twijzel. Het klooster dat de naam Jeruzalem kreeg, werd in de volksmond altijd Gerkesklooster genoemd. De korenmolen van dat klooster zal zeer waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld hebben in de dagelijkse voedselvoorziening van de kloosterlingen. Het is echter niet bekend of het een windmolen betrof, omdat destijds lang niet alle molens in die leefgemeenschappen door de wind werden aangedreven. Er waren toen ook vele molens die door een paard of een ander trekdier in beweging werden gebracht. Vermoedelijk is de molen in 1580 verdwenen, omdat in dat jaar het klooster op last van de Friese Staten, net als vele andere kloosters in Friesland , moesten worden afgebroken.

http://www.gerkesklooster-stroobos.nl/paginas/geschiedenistotaal_bestanden/pagina%20delen/pelen%203.jpg

Uit kaartenmateriaal van 1664 en 1718 blijkt, dat er ook in de genoemde jaren in Gerkesklooster een korenmolen was. Deze stond op de hoek ten noorden van de weg waar de Flaphoek overgaat in de Oosterboeren. Naar alle waarschijnlijkheid was het een standaardmolen. In die tijd stond de molen op een aannemelijke plaats omdat ten noorden van de molen diverse zathen stonden en daar om heen voor het merendeel bouwland. Deze molen is in 1763 door de provincie opgekocht en afgebroken.

Daar de bevolking van Friesland toenam en er na de Franse tijd geen molens meer door de overheid werden opgekocht, kon het korenmolenbestand weer toenemen. Omdat later ook de verbruiksbelasting op het malen kwam te vervallen, had de beginnende molenaar weer meer financiële mogelijkheden.

Dit had tot gevolg dat Sybolt Berghuis uit Pieterzijl in 1852 in Stroobos een stuk land kocht om daar een pel- en korenmolen met een bedrijfswoning neer te zetten. Op deze plaats staan nu de lege bedrijfsgebouwen van zonwering De Haan.

In het begin van de vorige eeuw werd de windmolen niet meer gebruikt, omdat men hier toen ook overging op stoomkracht. De stoommachine en de pellerij werden indertijd ondergebracht in een schuur ten westen van de molen.

http://www.gerkesklooster-stroobos.nl/paginas/geschiedenistotaal_bestanden/pagina%20delen/pelen%204.jpg

Het ging de molenaars Berghuis in die jaren blijkbaar voor de wind, want in 1877 kreeg zoon Hermannus Berghuis zelfs toestemming om aan de overzijde van de Trekvaart een windoliemolen te bouwen. Deze molen werd gebouwd tussen de net opgerichte dakpannenfabriek en scheepswerf Barkmeijer. Op deze plaats staan nu de bedrijfsgebouwen van Barkmeijer Shipyards.

Door de concurrentie van de later opgerichte oliefabrieken hadden de heren Berghuis echter geen bestaansmogelijkheid meer en zijn de beide molens tussen 1920 en 1926 afgebroken. Daardoor onderging het dorpsaanzicht een hele verandering.

Niet alleen in het Friese, maar ook in het Groninger gedeelte van Stroobos moet volgens overlevering in 1729 al een pelmolen gestaan hebben. De bewijzen daarvoor zijn echter tot op heden nog niet achterhaald. Wel weten we, dat er in 1750 al wel een molen stond aan het toenmalige voeteneind van de bestaande bebouwing. Deze molen was eigendom van de te Usquert geboren Loevert Sikkes Welt. Deze heeft na zijn overlijden het bedrijf overgedaan aan zijn schoonzoon Popke Drieuwes Kooi.

De gerst die gebruikt werd voor het malen kocht hij meestal op de Beurs te Groningen. Het vervoer van deze gerst liet hij doorgaans uitvoeren door de plaatselijke beurtschippers. Het kaf van de gerst gebruikte hij als veevoer voor de ossen. Het is voorgekomen dat Kooi wel honderd ossen op stal had. Door het hoge slachtgewicht werden de ossen in de regel met behulp van een hijsjuk aan boord gehesen. Deze werden in het voorjaar meest verkocht naar Amsterdam en Den Haag.

Net als de andere molens is ook deze molen rond 1925 verdwenen.

Net als collega-concurrent Berghuis kreeg ook Popke Kooi in 1871 toestemming om in Fries Stroobos een tweede windpel- en rogmolen te stichten. Deze werd geplaatst ten zuiden van de Trekvaart tegenover het kantoorgebouw van Kuipers Financiële Diensten. Het Prinses Margrietkanaal, zoals de Trekvaart tegenwoordig genoemd wordt, was destijds natuurlijk veel smaller. De juiste plaats zal nu ergens midden in het kanaal liggen. Helaas is deze molen eind 1889 afgebrand.

Molenaar Kooi heeft toen in 1890 de molen "De Eendracht" uit Groningen gekocht. Deze werd in 1893 in Stroobos herbouwd en herdoopt als pel- en oliemolen "De Hooiberg".

Ook deze molen was geen lang leven beschoren, daar het in 1893 samen met de ernaast gelegen arbeiderswoning tot de grond toe afbrandde. Dat was definitief het einde van haar bestaan. Waarschijnlijk naar aanleiding van deze branden hebben de gemeentebesturen van Achtkarspelen en Grootegast besloten om een jaar later een brandspuit aan te schaffen.

Ten noorden van de Trekvaart naar Groningen stond schuin tegenover de pelmolen van Kooi nog een zeskante stellingmolen. De molen stond ten westen van de woning van mevrouw Douma aan Het Hoendiep N.Z. Deze molen werd volgens het Groninger Molenboek gebouwd in 1828. Rond 1850 was deze molen eigendom van "koornmolenaar" Jacobus Poll. Toen deze in 1852 verhuisde, werd de molen bewoond door molenmaker Jan Frides Ritsema. de molen is in juli 1912 door brand verwoest.


Home - Over mij - Contact

 

Deze site is eigendom van de Ondernemers Vereniging Gerkesklooster-Stroobos

Het onderhoud van deze website is in handen van Klaas van der Schuit